Festivalinterviews: Tongue cutters

  • 12/02/2018
  • W JEF festival
  • W Interview

“Fishsticks worden gemaakt van vis”

Wanneer de Atlantische kabeljauw voor de Noorse kust kuit komt schieten, slijpen de kinderen in het vissersdorp Myre hun messen. In het noorden van Noorwegen was het uitsnijden van kabeljauwtongen – een delicatesse – altijd al het werk van kinderen. Een bloederige vakantiejob, maar ook een traditie die van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Deze winter gaat Ylva (9) logeren bij haar grootouders in Myre. Daar nemen kinderen vanaf zes jaar in de visfabriek kisten vol kabeljauwkoppen onder handen. Ylva komt uit de stad. Bewonderend houdt ze haar neef Tobias (10) in de gaten en al gauw krijgt ze de klus zelf onder de knie… Tongue cutters (van Solveig Melkeraaen) is één van de meest besproken jeugdfilms van het afgelopen jaar: een lange documentaire voor jonge kinderen over een opvallend onderwerp.

Producer Ingvil Giske: Natuurlijk zijn kinderen geschokt bij het zien van al die dode vissen. Maar je kan niet ontkennen dat vlees van dieren komt, en dat fishsticks van vissen worden gemaakt. Tongue cutters daagt meer de ouders uit dan de kinderen: ze bevinden zich niet op vertrouwd terrein, zoals bij de gebruikelijke animatiefilms in de bioscoop. Maar ze worden voor hun durf beloond: ik hou van films die een realiteit tonen waaraan andere kinderen zich kunnen spiegelen.


Gelukkig dat er in de credits niet wordt vermeld dat er ‘tijdens de opnames geen dieren werden verwond’...

Giske: Nee, ze werden afgeslacht! In Denemarken namen we vissenkoppen mee naar de vertoning, zodat kinderen het zelf konden proberen, zomaar in de straten van Kopenhagen. Geweldig! En in Oslo hoorde ik kinderen vol verwachting aan hun ouders vragen: “Hebben wij ook geen familie die in het noorden woont?

Voor een stadsmeisje zoals Ylva is het niet evident om de passie voor ‘tongsnijden’ op te pikken.

Giske: Het is niet eenvoudig om deze traditie in leven te houden. Maar het gaat om cultureel erfgoed. En het is goed voor de arbeidsmarkt: visser is niet meer zo’n populaire job. Jongeren trekken naar de stad en bedanken voor een baan in eigen streek. Maar via het tongsnijden wordt een levensstijl in stand gehouden: net zoals alle jongens op het eiland investeert Tobias het verdiende geld in de aankoop van een boot. Hij wil uit varen. Alle jongens op het eiland hebben een boot. Het was grappig om hen te horen praten tegen kinderen uit Oslo: ‘Wat voor boot heb jij?’ - ‘Ik heb geen boot.’ - ‘Een kleintje dan misschien?’ - ‘Nee, niemand in mijn klas heeft een boot.’ - Huh?’ Het is een belangrijk aspect van het leven op de eilanden.

De kinderen hebben ook best wel lol in hun werk, en voor hen is het moeilijk om de grens te trekken tussen een hobby en kinderarbeid.

Giske: De kinderen verdienen er wel geld mee, maar dat is niet de reden waarom ze het doen. De film gaat over wat kinderen kunnen bereiken. Ylva overwint haar angst. De eerste dag doet ze niets, ze kijkt alleen maar, tot ze klaar is om de volgende stap te zetten. Ze had nog nooit een dooie vis aangeraakt.

Het gaat er gezellig aan toe in de fabriek.

Giske: Er wordt goed voor hen gezorgd, de regels zijn veel strikter dan vroeger en tegenwoordig mogen meisjes ook meedoen. Ik weet niet of dit voor bedrijven de meest winstgevende methode is. Misschien is het voor hen wel goedkoper om volwassen werkkrachten uit lageloonlanden aan te werven. Maar toch blijven ze het op deze manier doen.


De kinderen Ylva en Tobias groeien op een heel mooie manier naar elkaar toe.

Giske: Tobias’ ouders waren gescheiden, en net voor de opnames gingen ook Ylva’s ouders uit elkaar. Plots hadden ze iets gemeenschappelijks. Maar we konden niet voorspellen hoe belangrijk dit thema voor hen zou worden en hoe eerlijk ze daarover zouden praten. Het gaf een veilig gevoel dat Ylva het nichtje is van regisseur Solveig Melkeraaen. Ook andere kinderen kunnen in de film ontdekken wat het betekent als je ouders niet meer samen zijn, en dat het soms droevig is, maar ook best wel ok.

Tobias is onwaarschijnlijk bezorgd en verantwoordelijk.

Giske: En erg gevoelig. Een heerlijke jongen! Bij de Noorse premières was hij de held van het publiek. Ze vroegen om handtekeningen en wilden met hem op de foto. Maar hij houdt meer van tongsnijden dan van filmpremières, dat staat vast.


Er zitten twee dansscènes in de film. In de ene beelden kinderen op de balletschool al dansend het ‘tongsnijden’ uit. In de andere barst de hele fabriek uit in een uitbundig musicalspektakel.

Giske: Ik vind het fijn wanneer regisseurs de grenzen aftasten. Het publiek vertrouwt de documentairemaker onvoorwaardelijk, het beschouwt de film als ‘echt gebeurd’. Een regisseur moet dat idee uitdagen. Ik hecht weinig belang aan strikte cinema vérité regels. Zelfs de eerste documentaires zoals Nanook of the North bleken één grote reconstructie. Hier gaat het om een interpretatie van het leven. De scène werd gefilmd met mensen uit de streek, en de dame op de eerste rij is de burgemeester van Myre. Ze vond het heerlijk om op deze manier bij te dragen aan de film.

Is het jonge publiek klaar voor documentaires zoals deze?

Giske: We maakten al vaker jongerendocumentaires, maar Tongue cutters is de eerste voor jonge kinderen. Het geeft je een fijn gevoel als je een soort films maakt die niemand anders maakt, en als mensen enthousiast worden over het genre. De meeste films zijn gebaseerd op vertrouwde, succesvolle formats. Maar we zullen zulke films blijven maken. We bereiden momenteel een film voor een nog jonger publiek voor, over een broer en zus die elkaar dagelijks bekampen en beconcurreren.

Documentaire van Solveig Melkeraaen uit Noorwegen, Nederlands ondertiteld, 85 min, 2017